De laatste vaart van Kapitein Iglo - The Nameless Sage
'Duizend bommen en granaten,'bulderde kapitein Iglo, terwijl hij tandenknarsend over het dek streed, mensen uitfoeterend die in zijn weg stonden. 'Kapitein, kapitein, maak u toch niet zo druk,'probeerde dekofficier Evert Blake, zijn trouwe rechterhand, die altijd klaarstond om een kogel voor hem te vangen.
'Ze flikken het me alweer, duizend bommen en granaten, alweer!'
Grimmig kijkend greep Kapitein Bernard Iglo de boeg van zijn schip, de Overwinning van het Arische ras, vast terwijl hij een traan uit zijn ijsblauwe ogen wegveegde. Blake frutselde nerveus aan zijn uniform terwijl de gevallen held, overlevende van de slag bij Lutwijk-aan-zee, trotseerder van de muidersloot en ontdekker van Africa, de noordpool, de zuidpool en de oostpool in de verte staarde, wegduikend in herinneringen van blijere tijden, toen de lucht nog groen was en het water nog blauw. Toen mensen nog vissticks aten.
'Maar kapitein, de Iglo company ontslaat u heus niet zomaar hoor. Ze kunnen gewoon geen man meer betalen van uw kwalificaties.'
Kapitein Iglo draaide zich om, zijn ogen glinsterend in het licht van de ondergaande hawai-zon.
'Maar het is toch niet mijn schuld dat niemand die troep meer vreet duizend bommen en granaten!'
Blake slikte terwijl een zweetdruppel van zijn voorhoofd rolde. Hij greep onbewust naar zijn pistool, dat aan de riem van zijn hemelsblauwe iglo-uniform zat. Kapitein Iglo's ogen vernauwden bij dit vertoon van openlijke vijandigheid en erger, ongehoorzaamheid. Hij was verdomme de kapitein!
'Luister kapitein, misschien was het niet geheel uw schuld, maar u moet toegeven dat zeggen dat vissticks Aids veroorzaken misschien niet de beste marketing strategie was voor uw product.'
'Maar ze veroorzaken toch ook Aids? Luister eens Blake, als er een ding is waar ik een hekel aan heb dan is het wel mensen die bang zijn voor de waarheid. En mensen die Kapitein Iglo niet als de ware en enige god erkennen duizend bommen en granaten!'
'Maar kapitein, u bent Kapitein iglo!'
'Dat is muiterij dek-officier,' bromde kapitein iglo vervaarlijk.
Ondertussen waren twee bemanningsleden de twee officiers tot op 5 passen genaderd, met getrokken geweren op kapitein iglo gericht.
'Het spijt me meneer, maar het bedrijf wil dat we u meenemen voor eervol ontslag. Het zou veel voor ons betekenen als u vrijwillig meekwam.'
Kapitein iglo draaide zich om naar de twee officiers, met zijn handen de ankerketting omklemmend.
'Jullie krijgen me niet levend verdomme,' brulde hij, terwijl hij het anker met een gracieuze boog door het eerste bemanninglid wierp, een bloederige vlek op het dek achterlatend.
Dek-officier Blake aarzelde een seconde, genoeg tijd voor kapitein Iglo om zijn nek te breken met een hoge schop naar de nek. Het laatste bemanningslied liet zijn wapen vallen en stierf van pure angst. Kapitein Iglo zuchtte droevig, terwijl hij de botsplinters uit zijn schoen trok.
'Het waren slechts stervelingen en ik ben een kapitein. Het was geen eerlijke strijd.'
Met een zucht liep hij naar de commando hut van het schip, een traan uit zijn ogen wegvegend. De zon ging onder, en hij moest weer denken aan die ene dag januari 1967, toen hij nog negers uit Afrika verkocht aan de compagnie. Dat waren betere tijden, mijmerde hij, toen goed en kwaad nog duidelijk was. Voor een man die opgevoed was door ijsberen en leefde op de zeven zeeen, was het niet mogelijk om de dingen op een andere manier te zien.
Met een grimmige blik in zijn ogen greep hij de intercom terwijl hij een pijp gemaakt van de kniebotten van een fransman in zijn mond stopte. 'Verzamel de bemanning,' brulde hij, 'we gaan oorlog voeren.'
***
Het ruim was groot genoeg om de 120 bemanningsleden van de Overwinning van het Arische ras, te kunnen accommoderen. Kaptein Iglo sprak ze toe vanaf een klein podium, dat daar voor de gelegenheid was neergezet. Vastberaden zette hij zijn kapiteins pet op.
'Bemanning, we gaan oorlog voeren tegen de Iglo maatschappij omdat ze mij hebben ontslagen. Velen van jullie zullen dit waarschijnlijk niet overleven, maar dat is een prijs die ik bereid ben om te betalen. Als er iemand is die hier bezwaren tegen heeft moet hij nu spreken, of voor altijd zwijgen.'
Een bemanningslid aan de rechterkant begon met praten.
'Maar kapitein, ik...'
Het natte, spetterende geluid van bloed dat op de grond valt veroorzaakte een naargeestige stilte door het hele ruim. Kapitein Iglo pakte een nieuwe harpoen uit zijn gelukskist, die hij altijd in zijn zak droeg.
'Nog vragen?,' bromde hij.
'Er...kapitein, ik heb ook wel een AAAAGH...OH MIJN GOD MIJN MAAG...AAAAAGH DE PIJN.'
'Nog meer vragen?'
'AAAAGH...DE PIJN...WAAROM? WAAROM? Waarom...'
'Nog vragen?,' bromde de kapitein opnieuw.
Een doodse stilte rees op uit het ruim. Alleen de gorgelende doodsrochel van bemanningslid Ernst Ellert verbrak de bijna heilige stilte
'Mooi, we gaan!'
Binnen 10 seconden was iedereen op zijn post.
'Mooi,' bromde de kapitein opnieuw, 'mooi.'
***
De ijzige vlakten van de noordpool poogden vergeefs om kapitein Iglo's ijzeren wil te breken. Met zijn gezicht op onweer streed hij waardig door de gangen van het slagschip ijzeren Berta, voorheen de Overwinning van het Arische ras. Wanneer de kapitein een slechte bui had, veranderde hij de naam van het schip. Soms twee keer per dag. De levens van de dertig bemanningsleden die naar buiten moesten in hun ondergoed tijdens de sneeuwstorm om de nieuwe naam op de boeg van het schip te verven waren een prijs die kapitein Iglo maar al te graag wou betalen. Het ging tenslotte om zijn schip, verdomme!
Toen hij de brug binnenkwam, viel er een angstige stilte waar voorheen nog gezellig gepraat werd over familiezaken en de betere dingen des levens. Diep respect en nog diepere angst voor de gevallen held van de ijsbeeroorlog verstikte iedere lach en blije kreet, tot er enkel de allesverzengende stilte overbleef.
'Rapport, verdomme!'
'IJsberg in zicht kapitein!'
'Natuurlijk is er een ijsberg in zicht, dit is de noordpool duizend bommen en granaten!'
'Maar we moesten u waarschuwen als we een ijsberg zagen.'
Kapitein iglo bromde iets over de goeie ouwe tijd toen je mensen nog mocht kielhalen en vervolgens werd het weer stil. Na een goeie tien minuten en tachtig ijsbergen later keek kapitein Iglo plotseling op. Hij wees naar een ijsblauwe ijsberg, die vervaarlijk op het schip af koerste. Hij kon het voelen.
Twaalf minuten later stond hij in een sloep samen met een enkele roeier en een kernfysicus, langzaam de behemoth van bevroren ijs naderend. Kaarsrecht in de houding, zoals altijd, trotseerde hij de wind en de kou, alsof zijn haat hem meer warmte gaf dan wat voor jas of muts ooit kon. De ijsberg bewoog met een bijna hypnotisch ritme heen en weer, en Iglo voelde zich aangetrokken tot de ijsberg als een mot naar een kaars. De roeier stopte zijn arbeid, zodat het moment van de boot hen zachtjes tegen de ijsberg aan zou duwen. De kernfysicus, genaamd Bertrand, trok zijn dikke jas van babyzeehondenbont dichter tegen zich aan terwijl hij verontrustend toekeek hoe zijn bevroren adem weer condenseerde zodra het de ijsberg weer bereikte.
'Wat de fuck?'
Toen de roeier de loopplank op de ijsberg gooide keek hij verbaasd op toen hij een metaalachtige klank hoorde. Hij tikte een beetje verdwaasd op de ijsberg.
'Dit is geen ijsberg,' zei hij.
Hij klopte nog eens.
'Dit is zeker geen ijsberg.'
Hij porde wat geen ijsberg was met zijn peddel.
'Het is mijn deskundige mening dat dit geen ijsberg is kapitein.'
'Natuurlijk is dat het niet duizend bommen en granaten.'
Met een precieze beweging haalde kapitein iglo een verborgen schakelaar die vernuftig vermomd was als een roze pinguin over.
Een luik ging open.
Zwijgend leidde kapitein iglo het gezelschap door een lange gang naar het hart van de metalen ijsberg. Een kleine ruimte luidde het begin in van een nieuw tijdperk. Het tijdperk van kapitein Iglo. Grijnzend keek Iglo naar zijn spiegelbeeld in de stapel zeshonderd megaton waterstofbommen die in het midden van de ruimte opgesteld stonden.
'Mannen', bromde hij, 'ze zullen boeten.'
***
Fragment van een brief naar de Ex-vrouw van kapitein iglo, overstuurd gevonden in het wrak van de ijzeren Berta, voormalig de Overwinning van het Arische ras.
Liefste,
Het is lang geleden dat we voor het laatst gepraat of zelfs maar geruzied hebben, maar er is geen dag voorbij gegaan dat ik niet aan je gedacht heb. De zon gaat op en onder, en met iedere ademtocht smacht ik naar je, hopend dat de dag in nacht overgaat zodat de zalige vergetelheid van slaap me kan verlossen van de kwelling van je afwezigheid. De gedachte dat je elders ligt, misschien ook alleen zoals ik, misschien in de armen van een andere kapitein, is als een hete kool die zich een weg door mijn hart brandt.
Ik ga oorlog voeren met het Iglo bedrijf. Mijn ontslag is de oorzaak, de laatste druppel in een lange serie misdaden tegen mijn menselijkheid, mijn eer, mijn hele reden van bestaan. Het begon allemaal toen ze mijn antisemitische motivatie posters naar beneden haalden. Even later mocht ik mensen niet meer willekeurig kielhalen voor zelfbedachte redenen, en hier sta ik dan, een kapitein zonder Visstick maatschappij, als een eland zonder gewei, of een ijsbeer zonder ijs. Het is niet altijd zo geweest. Eens was ik een man van principes, maar toen verkocht ik mijn eer voor geld.
De ijsbeer oorlog duwde me verder over de rand, in de diepe afgrond die commerciele tv heet. Ik maakte reclame over vissticks, vernietigde hele ijsbergen tegelijk, en ging op tv met kinderen. Wat houd ik eigenlijk van kinderen. Mmmmmm, met die kleine vingertjes kunnen ze overal tussen komen...er, ik dwaal af. Het punt is dus dat ik het niet langer trek. Ik heb bloed vergoten voor die klootzakken en door de lichamen van mijn eigen mannen gewaad voor ze, niet dat dat nodig was natuurlijk, maar het gaat erom dat ik het gedaan heb uit trouw. Trouw is een woord dat die gieren niet eens begrijpen. Trouw is je gewonde vriend met je blote handen uit zijn leiden verlossen, trouw is een gat in de romp met je baard dichtstoppen, trouw is een anker opeten als je dat gevraagd wordt. Nu is er niks meer. Het feit dat de vissticks niet meer verkopen heeft er eigenlijk nog weinig mee te maken.
En hoewel ik ga, een zekere dood tegemoet, wil ik je laten weten dat ik van je houd. Met heel mijn ziel, anker en lichaam, zoals alleen een kapitein dat kan. Eigenlijk maakt het niets uit, want tegen de tijd dat je deze brief leest, ben ik dood. Moge de vlammen van de oorlog genadiger zijn dan die van mijn verdriet.
***
De ochtend was altijd het mooiste onderdeel van de dag. De manier waarop de zon bovenkwam en de wereld in een allesdoordringend licht hulde was waarlijk de hoogste vorm van schoonheid, onbereikbaar voor de mens met zijn futiele pogingen naar kunst of wetenschap. Het zou niet echter niet het enige licht zijn vandaag.
De kust van Nieuw-zeeland, de thuisbasis van de Iglo-maatschappij, lag er bedrieglijk vredig bij. Onder al het zand, de palmbomen en de handdoeken huisden echter producten die het daglicht niet konden verdragen. Op 50 kilometer afstand lag een cordon van schepen die alles zouden vernietigen wat zich niet onmiddellijk identificeerde. Zestig ijsbeerklasse jachtkruisers lagen te wachten, roerloos maar dodelijk, allen onder het bevel van een man. Admiraal Cody Grunt was een harde man, meedogenloos en stoicijns, gesmeed in het vuur van de oorlog op het altaar van de dood. Vandaag had hij een slechte dag. Het vlaggenschip De Inboorlingen pletter was zijn huis, de brug zijn troon, en hij was een koning van alles wat hij overzag. Behalve die ijsberg.
'Raport,'zei hij, zijn stem als ijs. Hij fluisterde bijna, maar nooit had hij een bevel moeten herhalen.
'IJsberg op 12 uur kapitein.'
'Koers?'
'Recht op ons af kapitein.'
'Vernietigen.'
Een gedonder luid genoeg om steen te laten barsten vulde even de stilte van een bedrieglijk vredige ochtend alvorens de driehonderdzesenvijftig kannonen wederom zwegen, hun lopen stomend van de hitte. De ijsberg verdween in een maalstroom van vuur, uit het zicht onttrokken door genoeg vuurkracht om een kleine aardbeving te veroorzaken.
Grunt pakte een verrekijker om tevreden de resultaten van zijn beschieting te overzien, totdat hij bijna in zijn pijp stikte van schrik. De ijsberg vaarde door, weliswaar gehavend maar niet of nauwelijks aangetast door de barrage.
De intercom kraakte, maar niemand durfde de hoorn op te nemen. Uiteindelijk nam de admiraal hem op, zijn gezicht vertrokken in een uitdrukking van ernstige verontrusting. Net toen hij dat deed zag hij een kleine flits uit de ijsberg komen, die twee seconden later werd gevolgd door de geboorte van een kleine zon in het midden van de vloot. Alleen de meters dikke lagen staal beschermden de admiraal en zijn bemanning van het inferno dat meer dan de helft van zijn vloot verzwolg. Sprakeloos legde hij de hoorn tegen zijn oor.
'Daar had je niet van terug heh?'
Zijn ogen vernauwden zich.
'Iglo,' bracht hij uit, zijn tanden op elkaar geklemd van de haat.
'Ik ben het zat hoor je me! Ze hadden me niet mogen ontslaan verdomme! Maar nu ben ik terug, en neem ik wraak.'
'Je denkt dat je alles kan doen omdat je kernbommen hebt heh?'
'Ja eigenlijk wel ja. Ga opzij Grunt, dit is niet jouw oorlog, ik wil enkel de iglo maatschappij, er hoeven niet nog meer mensen om te komen, behalve die klootzakken dan.'
De admiraal legde rustig de hoorn weer op de intercom.
'Bevel aan alle schepen, vuur naar believen,' zei hij zonder zijn stem maar een decibel te verheffen. En op dat moment, in de baai van Nieuw-Zeeland, brak de hel los.
***
Kaptein Iglo klemde zich vast terwijl het schip, dat omhuld werd door de ijsberg van massief staal, schudde onder de druk van de gecombineerde vuurkracht van de sterkste vloot op aarde.
'Vuur opnieuw duizend bommen en granaten,' brulde hij, maar niet voordat een bemanninglid gedood werd door een vonkenregen uit het paneel waar hij achter zat. Een tweede kernkop werd op een kruisraket geladen en gelanceerd, maar deze werd verwoest in het kruisvuur. Terwijl een derde geprepareerd en geladen werd, schreeuwde een van de bemanningleden dat ze waarschijnlijk nog 3 minuten hadden voordat de ijzeren ijsberg het zou begeven. Toen kreeg hij een idee. Met een welgeplaatste elleboog stoot verwijderde hij de stuurman van zijn positie.
'Volle kracht vooruit, alle hens aan dek, de appel valt niet ver van de boom,' schreeuwde hij, zijn stem hees maar nog steeds krachtig, zijn blik grimmig met de zekere kennis van zijn ondergang. Langzaam maar zeker begon de ijsberg te versnellen, zijn enorme massa tegengehouden door de regen van projectielen die de Iglo-vloot op hem deed neerdalen. Langzaam maar zeker naderde de metalen behemoth het vlaggenschip De inboorlingen pletter, en toen admiraal Cody eindelijk besefte wat hij van plan was, brak het angstzweet hem uit. Iglo ging zichzelf opblazen in het midden van de vloot, omdat hij een wrokkige ouwe zeebonk was.
'Zeg de vloot om zich te verspreiden, verspreiden hoor je me!'
Een seconde later besefte de admiraal dat hij een fatale fout had gemaakt. Zodra de schepen uitwijkten naar verschillende richtingen verdunde de regen van projectilen genoeg om Iglo nog een kernbom af te laten vuren. Terwijl de vuurstorm die de rest van de schepen verzwolg hem zijn zicht benam, schreeuwde de Admiraal iets onverstaanbaars, alvorens hij zelf het roer overnam en het schip recht op de ijsberg afstuurde, zijn twintig kannonen nog steeds afvurend. De afstand tussen de twee was nu te ver om veilig een atoombom te gebruiken, dus Iglo's enige actie was het verder opvoeren van de snelheid
De ijsberg bewoog steeds sneller naar het vlaggenschip, het enige overgebleven schip uit de trotse Iglo vloot, de overwinning leek zeker als het opkomen van de zon.
Of toch?
De admiraal keek met grimmige tevredenheid terwijl de twee schepen elkaar naderden, met zijn vuist het roer omklemmend. Met een serie ingedrukte knoppen liet hij de gehele munitievoorraad van zijn schip in het vrachtruim overbrengen. Hij hield zijn hand boven een laatste vuurrode knop, in afwachting van precies het juiste moment. Een seconde voor moment dat de ijsberg de boot zou raken ramde blake op de rode knop die de munitie in het water dumpte en gooide hij het roer om, waardoor de ijsberg het schip slechts schampte. Hij nam rustig zijn pet af voor de moed van zijn tegenstander, alvorens de laatste overgebleven torpedo in zijn arsenaal af te vuren op de zojuist gedumpte munitie. Een hels gebulder steeg op uit de diepten van de zee, en opeens was het machtige ijsberg schip van kapitein iglo niks meer dan een spreekwoordelijk zinkend schip.
'Bereid een sloep voor, we gaan enteren.'
***
Kapitein Iglo was verslagen, zijn grootse plan om wraak te nemen op de Iglo maatschappij was een verloren zaak. Maar was dat niet precies wat hij al die tijd gezocht had? Een verloren zaak, een laatste glorieuze tocht naar zijn eigen graf. Zestig jaar was veel te lang voor een man met herinneringen zoals de zijne. Hele zeeen had hij afgebrand voor het bedrijf, het bloed van miljoenen vergoten allemaal in de naam van het kapitalisme. Respect voor de doden, kogels voor de levenden, het was allemaal al eens eerder gedaan. Na Sauron, Sneeuwwitje, Genghis Khan, Adolf Hitler en Oprah winfree was nu ook hij, kapitein Iglo een monster geworden. Weliswaar in de naam van de god van het kapitalisme, de dollar, maar met dezelfde resultaten. Het maakte allemaal geen flikker meer uit.
'Verlaat het schip,' mompelde hij verslagen.
'Maar kapitein, en u dan?'
'Een kapitein gaat ten onder met zijn schip,' mompelde hij met dezelfde toon, meer in zichzelf dan als reactie op de vraag.
Het water stond al tot zijn enkels, en terwijl hij het roer met twee handen vasthield viel de zon het raam binnen, en voor de eerste keer in zijn leven voelde kapitein iglo zich vredig. Totdat blake met een sabel de brug binnen kwam stormen.
'Verdedig jezelf,' zei hij, zijn stem als ijs, fruit ijs.
Blake gooide zijn vuist naar achteren voor een dodelijke hoekslag, maar Iglo sloeg hem neer met een dodelijke kraan-vogel open-palm klap. 'Potverblomme,' mompelde Blake, alvorens zichzelf wederom in het strijdgewoel te werpen met hart en ziel. Blake greep een roeispaan terwijl Iglo fervent de bewerkte sabel van de muur forceerde.
'Waarom kon je niet gewoon vissticks verkopen Iglo?'
Blake brulde terwijl hij met de roeispaan het zwaard van kapitein Iglo blokkeerde, alvorens hem met de zijkant een klap in het gezicht te geven die bot verbrijzelde, maar geen staal. Kapitein Iglo had botten van staal.
'Het gaat allang niet meer om de godvergeten vissticks, Blake.'
Iglo drukte de roeispaan tegen de grond met zijn sabel en sloeg Blake in het gezicht. Blake reageerde door met zijn roeispaan naar voren te stoten, waar Iglo met een salto maar net aan wist te ontkomen. De twee tegenstanders hakten op elkaar in, ieder van hen niet in staat om de ander de beslissende slag toe te brengen. Het water kwam ondertussen tot hun middel, maar nog steeds vochten de twee titanen overmoeid door, met vuist en elleboog nadat hun wapens gebroken op de vloer van het schip waren weggeworpen.
De reeds lang verlaten gangen van het schip kreunden onder de druk van de strijd die zich binnen afspeelde. De twee vijanden hadden elkanders keel omklemd terwijl ze het gevecht met kopstoten probeerde te beslissen. Plots liet Blake Iglo's keel los om iets van achter zijn rug vandaan te halen. Iglo reageerde door hem in zijn buik te stompen met genoeg kracht om een ijsberg door midden te breken, iets wat hem al velen malen van pas was gekomen maar nu jammerlijk faalde. Blake stak plots zijn verborgen pijlsnelle magische ijspriem in Iglo's buik, wat hem fataal zou worden.
'Verdomme,' mompelde Iglo voordat hij op zijn knieen viel, wat hem tot zijn nek in het water bracht.
'Je kon het niet laten heh, je moest gewoon vertellen dat de Iglo vissticks Aids veroorzaakten?'
'Inderdaad.'
'Ik snap het al, je bent uit op wraak heh? Alleen maar omdat je eigen zoon in de ijsbeeroorlogen is omgekomen.' Blake greep iglo bij zijn kapiteins uniform en trok hem op tot ooghoogte. Tranen vormden in zijn ogen terwijl hij in zijn gezicht brulde.
'Het is een godvergeten oorlog Iglo, mensen gaan dood. Ik weet dat achter af de ijsbeer oorlog gezien werd als verschrikkelijk maar daar ging het toen niet om. Iedere oorlog is moraal verwerpelijk, maar zonder oorlog zou er nooit iets kunnen gebeuren in deze godvergeten kutwereld, waarin niemand iets voor elkaar over heeft, en vijftig procent van de bevolking voor een of ander klote bedrijf werkt. Het is niet eerlijk Iglo, maar het gebeurd, en mensen doen wat ze kunnen om te overleven. Snap je dat verdomme niet?'
Iglo's gezicht toonde milde verbazing.
'Ik heb helemaal geen zoon,' mompelde hij.
Blake verstomde. 'Wie de fok is er dan omgekomen in de ijsbeeroorlogen?'
'Weet ik veel, jij bent degene die in mijn gezicht zit te bleren, zeg jij het maar.'
'Wat moet je nou met die houding, zo bereik je nooit iets in het leven.'
Iglo knarste met zijn tanden.
'Ik ga fuckin dood hier, ik ga zowieso niet zo veel meer bereiken dunkt mij.'
Het water was ondertussen tot hun oksels gekomen, en een koude rilling liep door hun beide lichamen.
Iglo werkte zichzelf omhoog en rilde terwijl hij bloed ophoestte.
'Zeg tegen kleine timmy dat ik niet thuis kom voor kerstmis,' bromde hij.
En toen stierf kapitein Iglo, de schrik van de zeven zeeen en de muidersloot, in de handen van zijn ergste vijand. Eind goed, al goed.
Het einde.
